rc.conf (Nederlands)

From ArchWiki
Jump to: navigation, search



Summary
Details van het beangrijkste systeemconfiguratiebestand van Arch Linux.
Related
Arch Boot Process (Nederlands)

/etc/rc.conf is het systeemconfiguratiebestand voor Arch-specifieke instellingen. Het bevat een aantal veelgebruikte bewerkte instellingen, zoals tijdzone, keymap, kernel-modules, daemons om bij de start-up te laden, enz.

Contents

Overzicht

De algemene look van het rc.conf bestand is onlangs (Jan 2012) gewijzigd. Veel van de opmerkingen zijn verplaatst en uitgebreid tot een manpage. Dit is hoe een typisch rc.conf bestand eruit ziet op een up-to-date Arch installatie (huidige versie):

/etc/rc.conf
#
# /etc/rc.conf - Main Configuration for Arch Linux
#
# See 'man 5 rc.conf' for more details
#

# LOCALIZATION
# ------------
HARDWARECLOCK="UTC"
TIMEZONE=
KEYMAP="us"
CONSOLEFONT=
CONSOLEMAP=
LOCALE="en_US.UTF-8"
DAEMON_LOCALE="yes"
USECOLOR="yes"

# HARDWARE
# --------
MODULES=()
USEDMRAID="no"
USEBTRFS="no"
USELVM="no"

# NETWORKING
# ----------
HOSTNAME="myhost"

interface=
address=
netmask=
broadcast=
gateway=

NETWORK_PERSIST="no"

# DAEMONS
# -------
#
DAEMONS=(syslog-ng network crond)

Lokalisatie

HARDWARECLOCK

Geeft aan of de hardwareklok, die gesynchroniseerd wordt bij het opstarten en bij het afsluiten, GMT, of de localtime opslaat. Als deze waarde niet is ingesteld, dan wordt de waarde die is opgeslagen door hwclock in /var/lib/hwclock/adjtime gebruikt.

  1. GMT is logisch, omdat het tijdzones en zomertijd versimpelt. Linux past zich aan aan zomer- en wintertijd, ongeacht of het aanstond toen de zomer- of wintertijd inging.
  2. localtime is nodig als je dual boot met een besturingssysteem dat alleen localtime opslaat, zoals Windows. Linux zal de tijd niet aanpassen, opererend onder de veronderstelling dat het systeem waarmee het dual boot de dst-switch voor zijn rekening neemt. Als dat niet het geval is, moet de DST verandering met de hand worden gemaakt.
  3. Leeg: terugvallen naar de waarde in /var/lib/hwclock/adjtime, standaard op UTC. Dit wordt aanbevolen als andere gebruikers van hwclock adjtime zouden kunnen veranderen, waardoor rc.conf en adjtime niet meer synchroon lopen.
  4. Een andere waarde zal erin resulteren dat de hardware klok ongemoeid wordt gelaten (nuttig voor virtualisatie)
TIMEZONE
geeft de tijdzone aan. Mogelijke tijdzones zijn het relatieve pad naar een zoneinfo bestand vanaf de directory /usr/share/zoneinfo. De Nederlands tijdzone is bijvoorbeeld Europe/Amsterdam, die verwijst naar het bestand /usr/share/zoneinfo/Europe/Amsterdam.
Tip: Als deze waarde niet is ingesteld, wordt de tijdzone gelaten zoals het is en kan het opnieuw worden ingeschakeld door handmatig /etc/localtime te veranderen.
KEYMAP
De toetsenbordindeling die u wilt gebruiken. Wie in Nederland woont zal waarschijnlijk gebruik maken van qwerty, die wordt aangeduid met default. De beschikbare keymaps zijn in /usr/share/kbd/keymaps. Houd er rekening mee dat deze instelling alleen geldig is op de terminal, geen grafische window managers of X.
CONSOLEFONT
Definieert het console lettertype te laden met het setfont-programma tijdens het opstarten (ter-v14b bijvoorbeeld). Mogelijke lettertypes zijn te vinden in /usr/share/kbd/consolefonts. FONT in / etc / vconsole.conf heeft voorrang.
CONSOLEMAP
Definieert de consolemap te laden met het setfont-programma bij boot-up (8859-1_to_uni bijvoorbeeld). Mogelijke maps zijn te vinden in /usr/share/kbd/consoletrans. U wilt een kaart geschikt is voor uw locatie (8859-1 voor Latin1, bijvoorbeeld).
LOCALE
Dit stelt de systeem taal, die zal worden gebruikt door alle i18n-vriendelijke toepassingen en hulpprogramma's. U krijgt een lijst van de beschikbare locales door het uitvoeren van locale-a vanaf een TTY. De LANG variabele in /etc/locale.conf heeft voorrang als deze is ingesteld, en gebruikers van login shells die rc.conf niet kunnen gebruiken /etc/rc.conf, moeten die waarde instellen in plaats daarvan.
DAEMON_LOCALE
Indien ingesteld op yes, gebruikt Arch $locale als de locale tijdens het opstarten en tijdens het opstarten van de daemons. Indien ingesteld op no, wordt de C locale gebruikt. De standaardwaarde is ja.
USECOLOR
Activeren (of uitschakelen) van ingekleurde statusberichten tijdens het opstarten.

Hardware

MODULES
Kernelmodules om tijdens het opstarten te laden naast de automatisch geladen modules.
Note: MOD_AUTOLOAD is met ingang van initscripts 2011.06.1-1 ongeldig, met udevregels kan hetzelfde effect bereikt worden
USEDMRAID
Scan voor FakeRAID (dmraid) volumes tijdens het opstarten (voert dmraid-i-ay uit).
USEBTRFS
Scan voor btrfs volumes bij het opstarten.
USELVM
Scan op LVM volume groepen bij het opstarten, dat is vereist bij gebruik van LVM.

Netwerken

HOSTNAME
Stel deze in op de hostname van de machine, zonder het domein deel. Dit is geheel naar keuze, maar er mogen alleen letters cijfers en een paar speciale tekens worden gebruikt. Moet ook in /etc/hosts staan. De inhoud van /etc/hostname (indien niet leeg) heeft voorrang.

Enkele Interface

interface
naam van het apparraat
address
IP addres (leeg laten voor DHCP)
netmask
subnet mask (genegeerd voor DHCP) (optioneel, standaard 255.255.255.0)
broadcast
broadcast addres (genegeerd voor DHCP) (optioneel)
gateway
standaard route (genegeerd voor DHCP)
Statisch IP voorbeeld:
interface=eth0
address=192.168.0.2
netmask=255.255.255.0
broadcast=192.168.0.255
gateway=192.168.0.1
DHCP voorbeeld
interface=eth0
address=
netmask=
gateway=
Note: Zorg er voor dat network toe is gevoegd aan DAEMONS
DAEMONS=(... network sshd)

Meerdere Interfaces

De Netcfg package wordt gebruikt voor het configureren van meerdere interfaces door het maken van een network profile voor elke interface.

  1. Maak voor elke interface een net-profile bestand in /etc/network.d/profilename
    1. Statisch Voorbeeld: /etc/network.d/eth0-static
      CONNECTION='ethernet'
      DESCRIPTION='Een statische verbinding voor interface eth0'
      INTERFACE='eth0'
      IP='static'
      ADDR='192.168.1.24'
      NETMASK='255.255.255.0'
      BROADCAST='192.168.1.255'
      GATEWAY='192.168.1.1'
    1. DHCP Voorbeeld:/etc/network.d/eth1-dhcp
      CONNECTION='ethernet'
      DESCRIPTION='Een simpele dhcp ethernetverbinding op eth1'
      INTERFACE='eth1'
      IP='dhcp'
  1. Voeg elk net-profiel toe aan de NETWORKS array.
    NETWORKS=(eth0-static eth1-dhcp)
  1. Voeg net-profiles toe aan de lijst van DAEMONS
    DAEMONS=(... net-profiles sshd)

Network Persist

De NETWORK_PERSIST variabele vertelt het systeem whether of het de network shutdown over moet slaan. Dit is nodig als het root-apparraat op NFS zit. De standaard instelling is "no".

# default
NETWORK_PERSIST="no"

# NFS-based root device
# NETWORK_PERSIST="yes"

Daemons

DAEMONS
Een door spaties gescheiden lijst van scripts die zich bevinden in /etc/rc.d/, die worden gestart tijdens het opstarten. Meestal is het niet nodig de standaardinstellingen te wijzigen om een werkend systeem te krijgen, maar wel voor het installeren van bijvoorbeeld sshd, als dit bij het opstarten automatisch op moet starten. Dit is eigenlijk Arch's manier van omgaan met wat anderen met vele symbolische links om een ​​ init.d directory doen.
  1. Als een script naam wordt voorafgegaan door een uitroepteken (!), wordt het niet uitgevoerd.
  2. Als een script wordt voorafgegaan door een "at" symbool ( @), dan zal het worden uitgevoerd op de achtergrond, dat wil zeggen de opstartprocedure zal niet voor een succesvolle afronding te wachten alvorens verder te gaan.
Voorbeeld:
DAEMONS=(@syslog-ng !network net-profiles crond sshd)
Note: De volgorde waarin de daemons zijn opgenomen is belangrijk, omdat ze geladen worden in die volgorde.